‘Daarom zit ik niet op Facebook.’ Hij depte met een servet zijn mondhoeken en duwde het lege bord een stukje mijn kant op. Game, set and match, glinsterden zijn ogen.

De discussie aan tafel ging over de rol van sociale media in politieke campagnes; ik had net mijn zorgen geuit over de wereldwijde oppermacht van een handjevol techreuzen. Zoals zo vaak ontaardde die discussie in een potje tennis met moraalballen, waarbij mijn gesprekspartner dacht net de finale treffer op mijn bakkes te hebben geslagen: ‘Ik gebruik geen sociale media en zo lang jij dat wel doet, moet je je mond houden.’

Lees ookMeer Macht op vrijdag: In de Europese Unie begint zich een schisma van waarden af te tekenen9 januari 2019
Publieke zaak

Ik had willen antwoorden dat het een argument van likmevestje was, uit de categorie ‘ik ben vegetariër’ als westers antwoord op een wereldwijde vleesproductie die de afgelopen decennia is verdrievoudigd en de komende decennia in opkomende landen met 70 procent zal stijgen. Ik had hem willen zeggen dat de wereld waarin zijn en mijn kinderen opgroeien al onherroepelijk draait om dataverzameling, ondoorzichtige algoritmen en gedragsbeïnvloeding, dat die nieuwe wereld vormgeven een serieuze, publieke zaak is, en geen privaat spelletje dat we kunnen overlaten aan een paar miljardairs en wat consumentenactivisten die de luxe hebben om te kiezen.

Ik wilde hem toebijten dat het helemaal niet meer uitmaakt of hij wel of niet op Facebook zit, omdat zijn karakter en gedrag al lang in kaart zijn gebracht.

Ik wilde hem toebijten dat het helemaal niet meer uitmaakt of hij wel of niet op Facebook zit, omdat zijn karakter en gedrag al lang in kaart zijn gebracht door de trackers achter de websites die hij dagelijks bezoekt, die zijn persoonlijke cookies verzamelen en deze informatie al vóór zijn volgende muisklik aan bedrijven hebben doorverkocht.

Dat zijn keuze bovendien niets verandert aan het feit dat 2,27 miljard maandelijks actieve Facebookleden – meer dan het aantal inwoners van China, de Verenigde Staten en Rusland opgeteld – wél worden blootgesteld aan fake news, op maat gemaakt nieuws, haatberichten en complotten, en het wereldbeeld dat in hun hoofden ontstaat zich als een olievlek door gezinnen en gemeenschappen verspreidt.

Sociale media

Ik had hem om de oren willen slaan met de voorbeelden van de afgelopen jaren, over het effect dat sociale media al hebben gehad op het vormgeven van regeringen wereldwijd. Zoals de succesvolle propagandacampagne op Facebook van aanhangers van presidentskandidaat Rodrigo Duterte op de Filipijnen, die bestond uit een makkelijk te delen en nauwelijks te controleren visueel spektakel van foto’s en filmpjes. Van zijn verkrachtingsgrappen tot zijn belofte iedere drugsdealer een kogel door het hoofd te jagen: het was clickbait die bij Zuckerberg de centen en bij Duterte de stemmen deed binnenstromen.

De mensen die het zich kunnen veroorloven, trekken zich terug achter betaalmuren waar ze gefilterde informatie krijgen en vragen zich af waar het plebs toch zijn verderfelijke ideeën vandaan haalt.

Nog los van voorbeelden van grensoverschrijdende politieke beïnvloeding vanuit Iran, Saoedi-Arabië en Rusland door duizenden bots via gratis online media. De mensen die het zich kunnen veroorloven, trekken zich terug achter betaalmuren waar ze gefilterde informatie krijgen en vragen zich af waar het plebs toch zijn verderfelijke ideeën vandaan haalt.

Maar ik zei het allemaal niet. De vraag wie wel of niet op Facebook zit, zijn we namelijk al lang voorbij. Dit gaat over het verdienmodel van een paar bedrijven in Silicon Valley en China, die wereldwijd de hoofden van mensen leegzuigen en de opbrengst verhandelen aan de hoogste bieder – ongeacht de maatschappelijke schade. Als we de controle over datagebruik terug willen hebben bij de burgers, zullen die burgers de handen ineen moeten slaan.